Het projectgebied is gekenmerkt door een hoge bevolkingsdichtheid die vaak samengaat met een gebrek aan wateropvang. Deze acties richten zich naar een verhoging van de natuurlijke wateropvangcapaciteit. Dit leidt tot een vermindering van het overstromingsrisico en heeft een positief effect op de biodiversiteit. 

Binnen een stedelijk of verstedelijkt gebied is het vaak niet eenvoudig om voldoende wateropvang te voorzien. Binnen Belini voorzien we daarom extra natuurlijke opvangcapaciteit.

Dit gebeurt bijvoorbeeld langs de Zenne en langs de Hain in Kasteelbrakel. Daarnaast wordt er in Halle een overstromingsgebied aangelegd en gebeurener verschillende totale land- en waterherinrichtingsprojecten zoals in de vallei van de Molenbeek en de Ijse. In de Demervallei wordt in Diest ook een vroegere meander opneieuw aangesloten op de Demer

Hermeandering

Een waterloop kan zijn opvangcapaciteit verhogen door afgesneden rivierbochten (meanders) opnieuw aan te sluiten of uit te graven. De waterloop evolueert zo terug naar haar natuurlijke toestand, wordt hierdoor terug langer én is beter in staat water te bergen. Een kronkelende rivier kent meer variatie in stroming, oevers, dieptes en ondieptes en kent een grotere biodiversiteit. Bovendien stimuleren ze de natuurlijke zuivering van de rivier.